Vervolg

Toen mijn mama een brief geschreven had naar een kinderarts, kregen we snel erna telefoon. Ze vertelde dat ze zag dat het dringend was en twee weken later hadden we een afspraak. Met volle hoop gingen we er naar toe. Na het hele verhaal te vertellen, vertelde de kinderarts, dat het al snel opviel hoeveel ik met mijn ogen knipperde en kuchte. Na heel het verhaal van mijn ouders te horen. Werd het heel duidelijk. Ik had het syndroom van Gilles De La Tourette en die ontwikkelde zich verder in ocd. We wisten eindelijk wat er met me “scheelde” na een lange zoektocht. Er werden oplossingen en hulpmiddelen gezocht. Ik startte met het medicijn Dixarit. In het begin had ik veel neveneffecten van het medicijn, ik was erg moe, had woedeaanvallen enz. Maar een paar maand later, eens het medicijn volledig werkte, was er een verbetering zichtbaar. Mijn drie uur durend ritueel werd een één uur durend ritueel. In het zesde leerjaar ging het relatief goed met me. Ik had nog altijd dwang, en tics. Maar het was leefbaarder in huis. De overgang van het lager naar het middelbaar, daarvoor hadden mijn ouders erg veel schrik. Maar die overgang viel erg goed mee. Er waren geen noemenswaardige problemen. In het tweede middelbaar heb ik wel terug een zware dwangopstoot. Toen is ook het medicijn Citalopram opgestrart Dit is een anti-depressiva. Anti-depresiva werkt in hogere dosissen ook voor dwang. Maar het duurde terug een aantal maanden tegen dat de Citalopram werkte. In die tijd, nam ik ook contact met het angscentrum in Maastricht, die gaven gedragstherapie. Ik ben een aantal keren naar de therapie geweest en die hielp me heel erg. Door de medicatie en therapie, ging het beter. De jaren erna ging het relatief goed met me. Ik was nog altijd de angstige, ongeruste, Marie. Maar het was opnieuw leefbaar. Tot ik in op mijn 18de merkte dat ik wat meer last van mijn ocd begon te krijgen. Ook had ik gelezen dat je bij het nemen van citalopram meer kans had op hartaanvallen. Dan wou ik zeker veranderen van medicatie. Ik informeerde in het uz in Gent om te veranderen van medijnen. Ik kreeg het medicijn Serlain voorgeschreven en ik stopte met citalopram. Ik heb erg veel last ervaren van die verandering. Ik begon heel veel extra dwang te krijgen. Wat vroeger alleen maar s’avonds was, kreeg ik nu ook overdag, maar dan in mijn gedachten (ik moest dwangmatig denken zeg maar) De dosis serlain werd opgedreven tot 300 mg (in een relatief korte tijd). Na een aantal maanden 300 mg serlain te nemen, zelfhulpboeken te lezen, extreem hard te vechten tegen mijn ocd, vakantie te hebben. Ging het wat beter met me. Ik kreeg langzaam mijn leven terug. En kon terug dingen doen die ik normaal deed.

De jaren voor ik wist dat ik het Syndroom van Gilles De La Tourette had.

5 juli 1993 werd ik geboren, het was een moeilijke bevalling. Ik was wel een opvallend angstige peuter/kind. Maar er waren ook wel andere angstige kinderen. Dus hebben mijn ouders daar nooit extra aandacht aan besteed.

Mijn eerste jaar in de peuter/kleuter klas, verliep vlot, ik was op school zelf wel verlegen en ging niet voor een grote groep praten. Maar in een veilige omgeving praatte ik net heel veel. Ik noemde ook heel veel de namen en achternamen van de kindjes van mijn klas op. Misschien was dit wel dwangmatig of een ritueel of was ik gewoon trots dat ik dit kon? Ik vermoed het laatste.

De latere kleuterjaren, praatte ik veel meer, maar toch vooral tegen de kleuterjuf.

De overgang naar het eerste leerjaar verliep vlot. Ik was overal goed mee met de leerstof. Ik was iedere week leeskampioen (dat kregen de vlotste/snelste lezers van de week). Ik deed alles snel, lezen, praten…

Alles moest heel erg snel gaan. Toen ik in het eerste leerjaar zat, is mijn neef overleden aan kanker. Het moment zelf was ik daar niet extreem angstig of ongerust over.

Een jaartje later, in het tweede leerjaar, begon ik al angstiger te worden. Ik herinner me nog dat ze in de les vertelden “als mensen dood gaan dan gaan ze naar de zon. Ik werd daar zo bang van, het was zo erg dat mijn papa ’s avonds naar de juffrouw van school moest bellen. In het tweede leerjaar was is ook stiller en nam ik minder initiatief.

 

In het derde leerjaar, begon het op te vallen dat ik anders was dan de andere. Ik begon extreem angstig te worden. En begon me bij alles vragen te stellen. Het was zelf zo erg, dat als mijn mama taart meehad naar huis, ik begon te vragen “ik ga toch ook niet doodgaan, want J (mijn neef) kreeg ook taart toen hij ziek was en bijna dood ging”.  Ik begon ook te knipperen met mijn ogen en te kuchen. De eerste dwang kwam ook op ik moest op alle rioolputjes lopen op het zebrapad. Anders had ik schrik dat er iets ging gebeuren, met mijzelf, of iemand die ik graag zag. Ik begon ook erg veel aan mijn neus te voelen. Want ik had ooit eens in een gesprek opgevangen, dat als mensen bijna dood gaan ze een scherpe neus krijgen. Zo was ik telkens aan het controleren of mijn neus nog niet scherper aan het worden was.

De meester waarvan ik toen les had, dacht dat ik autisme had, op een “gedragsvragenlijst” die ik terug vond stond te lezen dat hij zich het meest zorgen maakte over “depressie, niet spelen met de leerlingen, niet lachen, geen spontaniteit, handschrift, orde, neergaande schoolresultaten” er stond ook nog op de lezen dat hij verbetering merkte als “na vakantie, kleine verbetering merkbaar op gebied van orde door opstellen beloningssysteem. De leraar vermoede toen ook dat ik autisme had. Na een aantal angstaanvallen op school, en niet meer naar school willen gaan hebben mijn ouders besloten hulp te zoeken. De eerste psychiater waar we naar toe gingen was in Kortrijk. Maar daar zijn we niet veel slimmer van geworden. Ze vertelde gewoon dat we goed bezig waren. Ze wou op een gegeven moment even alleen praten met mijn ouders, en zei tegen me dat het maar een paar minuten ging duren. In werkelijkheid duurde het veel langer. Ik herinner met nog dat ik toen dacht “je weet toch dat ik zo een angstig kind ben, en je laat ik hier helemaal alleen wachten”. Ook hebben we nog naar een soort kinesist geweest, die de spanning probeerde los te maken. Dit deed heel veel pijn en ik wou nooit meer gaan.

Rond die tijd ging ik ook iedere week naar een mevrouw die ontspanningsoefeningen aanleerde en verhaaltjes vertelde zodat ik beter met de angst kon omgaan. En beter kon inslapen.

Toen ik naar het vierde leerjaar moest ben ik veranderd van school, ik ging naar een Freinet school. De klassen waren een stuk kleiner dan in mijn vorige school. Ik had geen opmerkelijke problemen. Ik was wel nog altijd verlegen in de klas, maar aan de andere kant waas ik ook erg gedreven. Toen we, naar aanleiding van de “olieramp met de prestige” een liedje zongen, en cd’s van verkochten aan het station van Brugge. Ging ik naar iedereen toe om te vragen of ze een cd wilden kopen. Zelfs toen de andere kinderen naar het speelplein gingen, bleef ik nog verder verkopen. Dit vond ik er leuk. Ondanks dat ik de stilste van de klas was, had ik totaal geen moeite om vreemde mensen aan te spreken. Na een normaal vierde leerjaar, begon het is het vijfde leerjaar terug bergaf te gaan.

 

Ik begon terug veel te knipperen met mijn ogen, te kuchen. En was angstig, ook begon mijn dwang meer op te vallen.

Telkens op het einde van de dag had ik nog een dwang, dat ik een gommetje moest recht leggen, dit duurde in mijn ogen eeuwen. Maar toch probeerde ik het snel en in het geniep te doen. Want ik wou dat niemand het zag. En ik deed het “snel”

omdat de juf bijna de deur ging komen sluiten. Maar achteraf kwam uit dat de juf gewoon even buiten de klas ging, zodat ik met gemak mijn ding kon doen. Daar ben ik die juf nog altijd dankbaar over. In de school waar ik zat, werkte me niet echt met rapporten, maar meer met evaluatie’s. Daarin stond onder andere te lezen;

 

– Innerlijke onrustig, druk in de weer,

-Marie vraag heel veel aandacht of wil da tik beslissingen neem voor haar! Geduld is belangrijk bij het begeleiden van Marie

-Concentratie heel zwak

 

We probeerden nog maar eens hulp te zoeken, na vele briefen schrijven konden we terecht bij het centrum voor de geestelijke gezondheidszorg. Ze werkte met contextuele therapie en rakelde dinge op uit het verleden en vroeg veel over familie. Het hele gezin moest ook aanwezig zijn op zo een sessie. Ze praatte vooral met mijn broer zo vroeg ze aan mijn broer, waar hij zich plaatste in het gezin. Mijn broer zei dat dat ik in het midden stond en mijn ouders rondom mij. En hij zelf wat meer op de achtergrond, maar dat hij dit niet zo erg vond. Omdat hij geen problemen had. Ik zelf mocht bijna niks zeggen, maar als ik iets zei, keek ik eerst naar mijn mama, omdat ik wat verlegen was, toen zei ze me “niet kijken naar je mama”.

Ik kreeg ook dingen te horen als “weet ze dat ze zo met haar ogen knippert”. Dus dit was niet echt een succes.

Na een paar sessies gaven we het op.

Wordt vervolgd